De wet

De wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument is op 29.01.2003 in het Belgisch Staatsblad verschenen. Deze wet regelt de minnelijke invordering van schulden. De bedoeling van de wet was vooral de activiteiten van incassobureaus te reglementeren.

Hoofdstuk 3 van de wet waarborgt de bescherming van het privé-leven van de schuldenaar-consument. Het is ook van toepassing om iedere minnelijke invordering van schulden die een advocaat of een gerechtsdeurwaarder stelt in de uitoefening van zijn beroep. Elke praktijk die het privé-leven van de schuldenaar schendt of hem misleidt en iedere gedraging die een inbreuk maakt op de menselijke waardigheid, is verboden. Een geschrift mag geen verkeerde indruk wekken.

Art. 4 tot 8 : activiteit van minnelijke invordering

Iedere natuurlijke of rechtspersoon die beroepshalve de activiteit van minnelijke invordering van schulden wil verrichten, vraagt de inschrijving aan bij het ministerie van Economische Zaken. Dit is niet van toepassing op een advocaat of gerechtsdeurwaarder want hun beroep is onderworpen aan een eigen plichtenleer. De schuldincasseur moet zich verzekeren voor beroepsfouten. Er mogen geen kosten, bezoldiging of vergoeding worden doorgerekend aan de consument. Wel kan het incassobureau een contractuele schadevergoeding vragen wanneer de consument de verbintenis niet heeft nageleefd. De consument moet eerst schriftelijk in gebreke worden gesteld. Bijkomende stappen mogen slechts na 15 dagen worden gesteld. De consument moet correct worden voorgelicht in de aanmaningsbrief. Als een incassobureau een huisbezoek aflegt moet de consument een schriftelijk document bekomen. In dat document is vermeld dat de consument niet verplicht is het huisbezoek te ondergaan. Hij mag er op elk ogenblik een einde aan stellen.

Vordering tot staking (art. 9-10)

Hoofdstuk V voorziet de mogelijkheid tot staking als de wet wordt overtreden. Consumentenverenigingen, beroepsverenigingen, kunnen optreden tegen een activiteit die de wet schendt. Zie bijvoorbeeld de vorderingen van testaankoop.

Opsporing en vaststelling van de verboden daden (art. 11-13)

Ambtenaren van de economische inspectie kunnen overtredingen opsporen en vaststellen. De wet voorziet eerst een waarschuwingsprocedure. Het is een middel om de stopzetting minnelijk te bekomen. Wie de inspectiediensten belemmert of hindert in hun werk kan een geldboete oplopen.

Sancties (art. 14-16): burgerlijke, strafrechterlijke en administratieve sancties.

U kunt wet raadplegen op de website van het Belgisch Staatsblad : www.staatsblad.be